zondag 20 mei 2007

Surinaamse rituelen


Bij het overlijden in Surinaamse kringen worden bijna altijd dezelfde handelingen verricht. Er zijn Islamitische, Boeddistische, Protestant Christelijke, Rooms-Katholieke, Joodse en Creoolse Surinamers, en iedere groep heeft weer andere rouwrituelen. De meeste Surinamers zijn Christelijk en lid van het Evangelische Broedergemeenschap, maar daarbij komt er ook een gedeelte afgoderij bij kijken. Creoolse begrafenissen zijn in Suriname beroemd en uitbundig, waarbij de overledene vooraf wordt bewassen. Wanneer er iemand overlijdt zijn het de dichtbijzijnde familieleden die de begrafenis verzorgen, zoals de nichten, neven, ooms en tantes. Zij zorgen ervoor dat iedereen die de persoon heeft gekend, aanwezig is.

De voorbereiding
Surinamers bereiden zich meestal niet voor op de begrafenis. Zij vinden dat als het tijd is om te “gaan”, zij toch wel gaan met Gods wil. Meestal zegt men spontaan tijdens gesprekken wat er zou moet gebeuren als hij/zij zal overlijden. Surinamers vinden het namelijk heel gewoon om over de dood te praten, het is bij hen dus geen taboe. Als iemand plotseling zou overlijden, wordt dit sowieso door de familie verzorgt.

De uitvaart
In Suriname gaan de directe familieleden voordat de begrafenis plaatsvindt, naar het crematorium om te praten met de overledene over hoe ze zijn dood ervaren, wat voor persoon die persoon was en hoe ze samen in het leven hebben gestaan,want zij zijn ervan overtuigd dat hij/zij hen nog steeds kan horen. We hebben dan een kommetje met een bodempje water, waarin we eerst onze handen moeten nat maken en vervolgens , staande achter zijn/haar hoofd onze beide handen tegen zijn wangen aan moesten zetten. Hierna moeten we weer onze handen in het zelfde bodempje water wassen. Dit aanraken kan nog, omdat het lijk nog niet bewassen is. Bij het bewassen van het lijk gebruiken wij een mix van formaline, alcohol, glycerine en tabaksbladeren. Het ritueel duurt anderhalf tot vijf uur.
Bij een Creoolse begrafenis zingen wij voorafgaand rouwliederen tijdens een kerkdienst. Bij de begrafenis is iedereen in het wit gekleed en de naaste familie heeft een hoofddoek, een “anjisa” op. Bij de begrafenis gaat vaak een bazuinkoor of een trompettist voor. Veel Surinamers geven tijdens het leven aan dat zij dansend naar het graf gebracht te willen worden. Het is een oude gewoonte die keer op keer weer wordt gebruikt. Het wordt gezien als een troostgevende vorm van rouwverwerking, de nabestaanden worden zo ingenomen door het dansen zelf, dat we ons verdriet even vergeten.

Na de begrafenis
Onze rouwperiode is opgebouwd uit verschillende perioden. Het is gebruikelijk dat de familie na acht dagen en na zes weken na de sterfdag bij elkaar komt. Na zes weken komt iedereen weer bij elkaar en er wordt i.p.v. gehuild, gegeten, gezongen en gelachen.Hierbij wordt de kleding aangepast. De eerste acht dagen is die helemaal wit. Na veertig dagen draagt men een combinatie van zwart/wit. Vanaf die dag tot zes maanden na het overlijden mag naast het zwart-wit, ook de kleur paarsblauw gedragen worden. En na één jaar is de rouwperiode voorbij."

Geen opmerkingen: